Zutphens licht

Een stad is –stt!- een stem, een stad die zich wentelt
in het licht voor wie nadert over aarzelend spoor
Een vrouw in een spiegel zoekt haar mooiste
zijde voor. Een stem die je nergens horen kunt,

in het westen van de Berkel tot de IJssel in het oosten
dit Frans, nee, Zutphens licht zingt. IJssel lijzig
als Seine, van Leurstroate, Barlèze tot aan de Heuve,
een naam verlicht boven de weg, die nergens rijmen

wil, zegt waar het niet donker is. Geen omroeper,
geen journaille, geen rumoer, geen stem die fluistert
achter je rug of lispelt naar de macht, nee soms hoor je
in de nagalm van de poortersklok, zelfs in de sneeuw,

zelfs onder overvliegende ganzen, een stem die wacht,
die weet waarom je ging, wat er leeft bij je thuis en
daar niets over zegt, zijn klank schijnt op je kinderen,
maar verbeeldt zich toch niets. Een stem die je hoort

als je kijkt naar het licht, diep in de nacht, in de letter-
greep van je voetstap: hier branden de torens in het licht
van de buren: zo heet de straat, dit is het nummer,
hier staat je bed, heet het Zutphen, hier ben je thuis

© Hanz Mirck

22 maart 2007