Sonnet voor de

“Wáárom wordt men stadsdichter? Wat is daarmee je plan?”
Ik had nét van mijn voornemen vernomen
Was niet voor niets bij mij om raad gekomen
“Het haalt je uit de schaduw, brengt je aandacht – en wat dan?

Een dichter dicht in luwte en spelonken
Een schrijver schrijft in krochten van de ziel
Het literaire vormt zich op de schiel
ijke manier waarop droesem, neergezonken

op de bodem – inklinkt op het glas.
Alléén ben je, tot aan de interpunctie
Alléén blijf je, zoals je altijd was.”

Ik zweeg. Ik keek me aan alsof ik dacht “me dunkt die
gaat nóóit solliciteren…” Maar ik genas
en ik aanvaard met veel plezier mijn functie!

©  eke mannink, stadsdichter van zutphen , januari 2011