IJsselsprong

Wie zien de jungs van de stenebakkerie
En aj; dat niet geleuve wil dat kriej’op oe lazerie

Een stad is wat burgers zoeken aan een oever; stads-
aanzicht hoe mensen vinden: hoge dijken of brede
waarden. 
Een diepe geul verzand voor een eiland
wat je achter zulke dijken toch niet ziet. 
Ik spiegel

mensen die stil staan te staren naar het water dat hen voorbij
gaat naar de toekomst, de auto’s op de kade, conjunctuur
van gevels, rookpluimen onder een haastige zon.
Hoe warmer de wereld, des te sneller ik voorbij stroom,

maar niemand weet wat een rivier onthoudt of vergeet
De Reesinktoren waar niemand ooit aan wende werd
monument, als de torens van het geloof, pakhuis
voor de gulden, en straks een leeggestroomd eiland

waar alleen de wind nog jankt, voor al die huwelijken
tussen lonkende overkanten die niet doorgingen.
Wie woont zijn eigen verte in de weg, jij?
zing ik en stroom en ga voorbij

© Hanz Mirck