Het Zutphens Liedboek

- een liederlijke geschiedenis op rijm -

Na de voorspoed, welvaart, financiële bloei
die onze glorieuze hanzestad
tijdens de Middeleeuwen had gehad,
stagneert begin 16de eeuw de groei:
Een tijd van neergang zet zich in. En dat
merken alle inwoners vrij vlug.
Behalve de notabelen en kerk,
die nog dukaten hebben door hun werk.
De rest verlangt naar oude tijden terug.
Tegen die achtergrond van nostalgie en
de hang naar vroeger, ‘retro’ heet dat thans,
is heel verklaarbaar dat er ene Hans
uit Zutphen was, die zocht naar melodieën
en het bewerken daarvan zag als buitenkans.
Rond 1540 zijn de liedjes in bezit
van deze voorganger van ons, een man uit Polsbroek.
Zijn bewerking van het Zutphens Liedboek
werd de versie die wij kennen. Dit
is de neerslag van zijn vlijt en onderzoek.Wat kunnen wij, moderne mensen, van hem leren?
Van Hans uit Zutphen, van zijn passie tijdens crisis?
Dat het behalve aangenaam ook kies is
om het verleden, de cultuur te eren
dat red-de-kunsten altijd het devies is …
juist als er neiging is tot niet-subsidiëren.
Tot kunstuitgaven minimaliseren.Juist in de tijd van nu een wijze les.
Genoeg moraal, het koor gaat voor u zingen.
Over minnen, zoenen, kussen – van die dingen
waarvan men rode oortjes kreeg in vroeger tijden
en die ook nu zo af en toe nog tot iets leiden
dat hilarisch is, gênant, of zorgt voor stress.
Maar dat bovenal iets moois is: het verleiden
pur sang. Met pure zang gaat dit koor dat bij u doen.
Leun achterover, laat het langzaamaan gebeuren
denk aan de liefde, aan een lach, aan lentegeuren
…aan die zoen…
laat u betoveren door liefelijke klanken
ook al zit u in een kerk, op harde banken.

©  eke mannink, stadsdichter van zutphen

Dit vers las de stadsdichter voor tijdens twee concerten die het koor Collegium Vocale respectievelijk in Eefde en Almen gaf. Onderdeel van het repetoire vormde een aantal ‘hertaalde liederen’ uit het Zutphens Liedboek.