Het litteken verklaard

Een harde bonk.
Een deur knalt dicht. Ik schrik
een beetje. Een dame naast me krimpt ineen.

Vliegtuiggeronk.
Als kind zag ik mijn opa’s blik;
zodra het klonk, speurde hij rond: waar kan ik heen?

In de dromen van steeds minder Zutphenaren
komen oude beelden voor die wij niet kennen:
een statig, ruim ontworpen treinstation,
een tram die aan komt rijden. Een balkon
aan ‘t plein waarover jongens, meisjes rennen.
De kind’ren die ze lang geleden waren.
De geheugens van steeds minder Zutphenaren
dragen geluiden met zich mee die wij nooit hoorden:
vliegtuigmotoren en geschreeuw: “Ga naar de kelder!”
En vooral die ene dag klinkt nog zo helder;
die dag dat bommen zich door huizen, straten boorden.
Allen weten nog precies wáár ze toen waren.
De hoofden van steeds minder Zutphenaren
zitten vol herinnering aan wat verdween
juist toen het ergste oorlogsleed al leek geweken.
Het bombardement liet een groot litteken
na in de stad en in het hart van iedereen
die ze heeft meegemaakt, de wrede oorlogsjaren.

© eke mannink, stadsdichter Zutphen.

Dit gedicht droeg de stadsdichter vrijdagavond 14 oktober voor in de Refter van het Stedelijk Museum. Ter gelegenheid van het project “De verdwenen stad” en de presentatie van het gelijknamige boek.