Bokbierdag

Mijn naam is Nap. Droge Nap. Trompetter, dorpsgek, dronkenlap. Gedenk
mij, burgers van Zutphen, in uw dronkenschap. Deze toren heet naar mij, of
ik heet naar de toren… ze zeggen dat ik drink. Gedenk mijn hoogtevrees, mijn
angst voor de toekomst: wie ver kan kijken kan zich lang zorgen maken. Wakker

uit mijn roes door tonggeklak hoefgetrappel, koetsgeratel, middeleeuwse
toestanden, blik ik omlaag. Zie burgers beneden in onzekere koers, waar
heen, wie leidt? Wie is die man met de schuimkraag op de lippen, ambtsketen?
Ik doe niet uit de hoogte, ik stel mijn vragen aan de nevels om te toren

Nuchtere mensen zien bezopen feiten, dronken mensen nuchtere: gaan de
accijnzen op aan alcohol? Openbare dronkenschap van gemeentewege? Is dit een plan?
Temt koppig volk een roodgloeiend drankje of koppige drank rood aangelopen volk?

Ik ben een waggelende toren, ga heen en weer, mensen stromen door de straten,
schuimen kroegen af, maar een stad die bruist kan dood slaan, regeren is vooruitzien,
droesem van de toekomst. Drink, burgemeester, zodat u morgen weet wat katers zijn

© Hanz Mirck

25 januari 2007